Naar de inhoud

Hoe meer je je taalgebruik aan je gesprekspartner aanpast, hoe makkelijker een gesprek verloopt. Hieronder vind je vijf aandachtspunten voor gesprekken met anderstalige gesprekspartners.

Spreek in korte en actieve zinnen

Lange zinnen met hulpwerkwoorden (kunnen, moeten, …) en passieve zinnen zijn moeilijker te begrijpen. Gebruik korte zinnen met één kernboodschap. Zo geef je jouw gesprekspartner tijd om na te denken en om te antwoorden. Iemand die niet goed Nederlands spreekt, heeft gemiddeld 7 seconden nodig om een antwoord te formuleren.

  • Zeg liever: “Mijn vriend koopt het boek”, dan: “Het boek wordt door mijn vriend gekocht.

Let op een duidelijke uitspraak en spreek niet te snel

Spreek niet te snel, maar blijf natuurlijk spreken. Zorg ervoor dat je de woorden duidelijk van elkaar kan onderscheiden. Anderstaligen proberen woorden die ze al kennen te herkennen tussen de vele nog onbekende woorden.

Wil je je gesprekspartner nog meer stimuleren in het ontdekken van de taal? Spreek je snel of gebruik je een dialectuitspraak? Controleer of de anderstalige je begrijpt en geef zo nodig uitleg.

  • Zeg liever: “Ik weet het niet”, dan: “Kweenie”.

Spreek grammaticaal correct

Je leert een nieuwe taal door te luisteren en kopiëren. Een anderstalige die correcte zinsconstructies hoort, kan ze later als voorbeeld gebruiken.

  • Zeg: “Ga je op vakantie?”,  en niet “Jij vakantie nemen?”

Gebruik eenvoudige woorden en let op met figuurlijk taalgebruik

Gebruik eenvoudige, alledaagse en herkenbare woorden, vooral bij beginners. Figuurlijk taalgebruik kan tot misverstanden leiden omdat taalleerders woorden vaak nog letterlijk vertalen. Wil je je gesprekspartner nieuwe woorden leren? Dan kan je wel beeldtaal of niet-frequente woorden gebruiken en uitleggen. Controleer wel of je gesprekspartner je begrijpt.

  • Zeg liever: “Vergeet niet om …” dan: “Je moet rekening houden met …

Ondersteun wat je zegt visueel

Zet ondersteunende gebaren, foto’s of plaatjes in tijdens het gesprek. Anderstaligen kunnen zo een gesprek beter volgen, bijvoorbeeld doordat ze nog onbekende woorden meteen koppelen aan een voorwerp.

Met foto’s en pictogrammen, door te tonen wat je zegt … geef je een houvast bij de interactie.

Wil je meer weten over het gebruik van duidelijke taal?

Bezoek de websites van de vijf partners:

Info duidelijke taal van Atlas in Antwerpen

Info duidelijke taal van het Huis van het Nederlands Brussel

Info duidelijke taal van IN-Gent Integratie en Inburgering in Gent.

Info duidelijke taal van vzw 'de Rand' in de Vlaamse Rand

Vorming duidelijke taal van het Agentschap Integratie en Inburgering